teambuilding coach perfectionisme john teamcoaching blikopener roskam kleurendenken haag depressie dramadriehoek levensfasen workshop den burnout conflict coaching training

coach teambuilding kleurendenken conflict blikopener coaching den john burnout dramadriehoek haag workshop depressie roskam perfectionisme levensfasen teamcoaching training

perfectionisme haag dramadriehoek depressie workshop teamcoaching den kleurendenken coaching training roskam blikopener john coach levensfasen conflict burnout teambuilding

john teambuilding den teamcoaching workshop perfectionisme coach training kleurendenken haag burnout roskam levensfasen blikopener dramadriehoek conflict depressie coaching

haag teambuilding coach teamcoaching training workshop roskam blikopener perfectionisme depressie levensfasen kleurendenken den conflict john dramadriehoek burnout coaching

conflict depressie roskam teamcoaching workshop burnout perfectionisme john levensfasen haag dramadriehoek training coach coaching teambuilding den kleurendenken blikopener

workshop teamcoaching roskam depressie perfectionisme john coaching burnout haag conflict dramadriehoek kleurendenken training blikopener teambuilding den coach levensfasen

Een blik op de dramadriehoek

Stel: je hebt als consultant een adviesgesprek met twee managers van een organisatie. Tijdens het gesprek zijn de twee voortdurend aan het kibbelen, de verwijten vliegen onderhuids of boven de tafel over en weer. Je geeft het beste advies, precies dè oplossing, nadat je de goede vragen hebt gesteld, samengevat en door hebt gevraagd. Toch kom je er niet doorheen. Na dit gesprek rijd je naar huis en wellicht herken je je in één van onderstaande gemoedstoestanden:
“Ik zal het verhaal nog eens doorrekenen en ik weet zeker dat we hier uit komen, al kost het me mijn vrije weekend”.
“Ja, ik weet het nu ook niet meer, ik zal wel nooit een goede adviseur worden.”
“Dat mensen zo dom kunnen zijn. Onbegrijpelijk!”

Deze gemoedstoestanden vind je terug in de zogenaamde dramadriehoek.

De dramadriehoek, ontworpen door Stephen Karpman, is een visuele weergave van communicatiepatronen tussen mensen. Deze driehoek kenmerkt zich door het feit dat men er als het ware in ‘gevangen’ wordt en dan steeds de keuze heeft uit drie mogelijkheden, namelijk: de rol van Redder, Aanklager of Slachtoffer. Deze drie sociale rollen vullen elkaar aan en leveren in de communicatie vaste patronen op. Het merkwaardige van deze drie rollen is dat de betreffende personen zich niet bewust zijn van de wijze waarop zij zichzelf en de ander als het ware ‘gevangen’ houden in een negatief emotioneel spel en hiermee gezond en adequaat gedrag vermijden. Het slachtoffer roept ‘help’ maar wil niet echt gered worden, de redder wil redden, de aanklager geeft de redder of slachtoffer de schuld dat het niet goed gaat. Binnen de Transactionele Analyse noemt men de communicatie binnen deze driehoek spelmatig. Mensen die vanuit deze posities met elkaar communiceren, zullen niet doelgericht en efficiënt met elkaar praten. Zij hebben regelmatig het gevoel dat ze niet verder komen en dat ze op bijna voorspelbare wijze met elkaar een patroon herhalen.

Slachtoffer
Het slachtoffer is degene die zich machteloos en afhankelijk van de ander opstelt. Het slachtoffer gelooft niet in de eigen kracht en weigert verantwoordelijkheid te nemen. Het slachtoffer is iemand die zich steeds in het water laat vallen en doet alsof hij niet kan zwemmen. Hij begint te schreeuwen in de hoop dat anderen hem uit het water zullen halen, en zo ook een nat pak zullen oplopen. Een slachtoffer roept op verschillende manieren: “Help, help, ik kan het niet, ik heb je nodig..” Een slachtoffer klaagt, jammert en eist. Een slachtoffer zal alle reddingspogingen vakkundig om zeep helpen. Gered worden zou immers betekenen zelf verantwoordelijkheid nemen en dat is niet de bedoeling. Het is wel de bedoeling veel aandacht te krijgen. De basisemotie van het slachtoffer is verdriet (depressie). Voor een slachtoffer geldt, dat hij zichzelf minderwaardig en niet-OK vindt.

Kenmerkende uitspraken/gedrag van een slachtoffer:
• “Ik kan er niets aandoen”.
• “Arme ik”.
• “Ik weet het niet/ik kan het niet”.
• “Ik geef het op, hoor”.
• “Is het niet vreselijk”.
• “Ja, maar......”.
• Antwoordt niet, neemt geen standpunt in.
• Is meester in het gebruik van schuldgevoel.
• Is ‘super-gevoelig’.
• Doet zich incompetent voor maar is het niet.
• Is onverantwoordelijk.
• Accepteert geen ‘nee’ als antwoord (heeft geen respect voor iemands grenzen).

Aanklager
De aanklager is degene die graag de schuld bij de ander legt. Hij schept er genoegen in de ander te pakken op de zwakke plek of met schuldgevoelens op te zadelen. Hij reageert niet in het belang van zichzelf of de ander. De basisemotie is boosheid. De boosheid kan zich richten op zowel de redder als het slachtoffer. Of op een medeaanklager. Een aanklager is iemand die andere mensen naar beneden haalt, ze kleineert. Hij beschouwt anderen als minderwaardig en als niet-OK.

Kenmerkende uitspraken/gedrag van een aanklager:
• “Nu heb ik je ellendeling”.
• “Als jij er niet was”.
• “Jij ook altijd”.
• “Kijk eens wat je mij aandoet”.
• Ziet alleen maar fouten, is kritisch, meestal slecht gezind.
• Voelt zich meestal niet goed in zijn vel.
• Etaleert leiderschap door te dreigen, te bevelen en geen flexibiliteit toe te laten.
• Kan zowel luidruchtig als kalm zijn.
• Accepteert geen ‘nee’ als antwoord (heeft geen respect voor iemands grenzen).

Redder

De basisemotie van de redder is triomf. Ook de redder ziet anderen als minderwaardig en niet-OK. Maar de redder reageert door hulp aan te bieden vanuit een superieure positie. Hij denkt: “Ik moet die anderen helpen omdat ze niet competent genoeg zijn om zichzelf te helpen”.

Kenmerkende uitspraken/gedrag van een redder:
• “Graag gedaan hoor”.
• “Ik probeer je alleen maar te helpen”.
• “Waarom doe je niet…...”.
• “Wat zou je zonder mij moeten.…..”.
• “Ze zullen blij zijn dat ze mij……”.
• “Ik zal eens laten zien hoe goed ik ben”.
• Werkt zich steeds uit de naad om anderen te ‘helpen’, is druk bezig.
• Is vermoeid, soms eenzaam, heeft geen 5 minuten voor zichzelf.
• Kan luidruchtig zijn of een stille martelaar.
• Kan zeer subtiel omgaan met schuldgevoelens of schaamte.
• Meestal een stalen hand in een fluwelen handschoen.
• Accepteert geen ‘nee’ als antwoord (heeft geen respect voor iemands grenzen).

De redder is degene die altijd klaar staat voor de ander, gevraagd én ongevraagd advies geeft, het probleem overneemt (of eerst een probleem creëert) en oplost voor de ander. De redder maakt en houdt anderen door zijn hulp afhankelijk. Hij denkt, voelt en handelt voor de ander zonder dit eerst met de betrokkene te overleggen. Hierdoor bevordert bij de passiviteit van de ander, maakt zichzelf tenslotte onmisbaar en ontleent hier zijn status en identiteit aan. De redder kan pas als zodanig functioneren als hij één of meerdere slachtoffers heeft gevonden of heeft gemaakt. De redder is vergelijkbaar met een rij-instructeur die zelf alsmaar achter het stuur blijft zitten.

Schematische voorstelling van de dramadriehoek:
dramadriehoek

Waarom is dit een drama?
Alle hoofdrolspelers lijken op het eerste gezicht gebaat bij hun rol. Het slachtoffer hoeft niet na te denken, hoeft ook niet te kiezen, heeft geen verantwoordelijkheid en er wordt voor hem gezorgd. De aanklager treft geen blaam, is zelf niet verantwoordelijk, voelt zich beter dan de ander en houdt anderen op afstand. De redder maakt zichzelf belangrijk, maakt anderen afhankelijk, hoeft niet bij zichzelf te leven en kan laten zien hoe goed hij is.

Het drama ontstaat omdat er niet op een gelijkwaardige manier met elkaar gecommuniceerd wordt. Elk van de rollen in de dramadriehoek houdt namelijk een miskenning in. Zowel de aanklager als de redder miskent anderen. Het slachtoffer miskent zichzelf. De spelers in dit spel houden elkaar vast in een greep van machteloosheid en afhankelijkheid, niemand wordt er beter van. Niemand wordt namelijk werkelijk op zijn verantwoordelijkheid aangesproken, zodat daadwerkelijke persoonlijke groei en ontplooiingsmogelijkheden belemmerd worden.

Hoe doorbreek je de dramadriehoek?
De eerste voorwaarde om de dramadriehoek te doorbreken is je te realiseren dat hij er is. Vervolgens is het van belang om na te gaan welke hoofdrol je zelf speelt en welke hoofdrol de ander speelt. Tot slot ga je voor jezelf na op welke wijze je uit de dramadriehoek kunt stappen en hoe je de ander hiertoe eveneens uit kunt nodigen. Praktische gedragstips om de dramadriehoek te doorbreken zijn:
• Let op wat en hoe je iets zegt en hoe iets gezegd wordt.
• Stel volwassen vragen en geef volwassen antwoord.
• Laat je niet uitnodigen tot dit rollenspel, ga na wat de ander echt wil en reageer hier volwassen op.
• Reageer positief en stimuleer de ander zijn verantwoordelijkheid te nemen.
• Spendeer geen tijd aan roddelen of ‘tactisch’ gedrag, maar aan wat je bereiken wil.
• Doe geen dingen voor iemand die dat best zelf kan.
• Heb respect voor de ander en spreek mensen aan op hun gedrag en niet op de persoon als het een negatieve eigenschap betreft.
• Spaar geen zegeltjes, spreek ergernis direct uit.

Uitgangspunt is dat iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid en mogelijkheden heeft en dat iedereen gelijkwaardig is. Jij bent OK en hij/zij is OK. Iedereen is OK!

Meer lezen over de dramadriehoek?
Henny Bos heeft meer dan 2 jaar onderzoek gedaan naar dit onderwerp en er een zeer interessant boek 'De dramadriehoek' over geschreven. Kijk op www.boekenbent.com voor meer informatie. Van harte aanbevolen!